Monday, 1 February 2010

Doubtful Sound in de herhaling


















Spiegelfoto's




















In de wind op de boot + Uitzicht vanuit ons huisje in Manapouri









Op het moment dat ik dit schrijf zitten we in een lodge van een schapenboerderij, waarover later meer, maar we zitten hier zodanig in the middle of nowhere dat er zelfs geen GSM-bereik is, laat staan internet. Geeft ons mooi de gelegenheid om nog even iets meer te vertellen over de boottocht door Doubtful Sound.
Het was nog een heel gedoe om daar te komen, niet in de laatste plaats omdat het meisje dat ons de instructies voor het inschepen gaf, een Nieuw-Zeelands accent had waar je u tegen zegt (later bleek ook dat niemand, inclusief de twee Nieuw-Zeelanders aan boord, het allemaal goed begrepen had). Zo zouden we zweren dat ze ons naar een plek in de haven stuurde die iets van "re-genies" moest heten. Pas veel, heel veel, later ging ons een licht op; vanuit die haven worden de excursies georganiseerd door Real Journeys..
Uiteindelijk was iedereen dan toch min of meer op het juiste tijdstip op min of meer de juiste plek en werden we eerst door de reguliere bootlijn van Real Journeys over Lake Manapouri gevaren, o.a. langs Pomona Island wat een beschermd natuurgebied is geworden om bedreigde vogel- en plantsoorten weer een kans te geven. Er zijn in Nieuw-Zeeland van nature geen zoogdieren (m.u.v. vleermuizen); sinds de komst van de Maori en de Europeanen zijn er nogal wat dieren geintroduceerd die de inheemse soorten geen goed hebben gedaan. Zo zijn de possums binnengebracht vanuit Australie, vanwege de bonthandel. Die possums vreten echter de boomsoort kaal waarvan de nectar als voedsel dient voor bepaalde vogels, bijv. de tui. Ook zijn er konijnen meegebracht (voor bont en vlees), die een plaag werden, waarna de stoat (een nerts? in ieder geval een fret-achtig beest) is geintroduceerd om op die konijnen te jagen. De stoat vond helaas de loopvogels en hun eieren lekkerder waardoor dat allemaal bedreigde diersoorten zijn geworden. (Nu zie je overal in natuurgebieden kastjes staan met een ei erin, dat zijn vallen voor de stoat.)
Aan de overkant van het meer volgde een busreis die ons met een tussenstop bij het West Arm Underground Power Station (waar niks zinnigs over te zeggen valt, je wordt een paar honderd meter onder de grond gereden en daar zien je dan turbines draaien) afzette bij Deep Cove. Daar werden we opgewacht door onze zeilboot, de Breaksea Girl. Met ons gingen nog 7 passagiers aan boord; twee Nieuw-Zeelanders, twee Schotten en drie Nederlanders. Een klein groepje dus en gelukkig stuk voor stuk hele blije en gezellige mensen. Kapitein John, een praatgrage man vol mooie verhalen, heeft jarenlang biologen e.d. rondgevaren in dit gebied en kent het dus van binnen en van buiten. Hij is er vooral ook heel erg dol op, hij is overal ter wereld geweest maar vindt de Doubtful Sound nog steeds de mooiste plek op aarde. Leuk om te zien hoe hij alles na al die jaren nog net zo geweldig vond als wij.

De eerste dag zijn we door de Crooked Arm gevaren. We zaten overigens wel op een zeilboot, maar dat wil niet zeggen dat we echt gezeild hebben. Dat is niet mogelijk in de Doubtful Sound, heeft iets met de wind en de bergen te maken. Het gebied heet ook 'doubtful' omdat James Cook er bij zijn eerste aankomst niet in durfde varen, omdat hij het twijfelachtig vond of het schip er ook weer uit zou kunnen komen. Later heeft de Spaanse kapitein Malaspina het er wel op gewaagd, waardoor dit het enige gebied in Nieuw-Zeeland is geworden waar je Spaanse plaatsnamen vindt.
In Crooked Arm kwamen we al heel gauw de groep dolfijnen tegen die hier huist. In de Doubtful Sound zitten in totaal ongeveer 60 bottlenose dolfijnen. John weet heel goed in te schatten waar ze zitten en vooral waar ze heen willen, wat een fijne vaardigheid is want als je de juiste kant op vaart, gaan de dolfijnen 'meeliften' op de boeggolf. Je kunt ze dan bijna aanraken zo dicht bij de boot komen ze. De bottlenose dolfijnen zijn hier groter dan elders, omdat het water hier erg koud is (max 11 graden in de zomer). Een machtig gezicht om ze aan alle kanten om je heen te zien zwemmen en springen.

De Crooked Arm weer uit en helemaal naar de monding van het fjord bij de zee kwamen we bij de volgende mooie familie, de zeehonden. Die zijn voornamelijk 's nachts in het water om vis te vangen, dus we hebben ze lekker lui op de rotsen zien liggen. Het is een vrij grote populatie en er waren ook veel kleintjes bij (lief!!), wat heel goed is want de zeehonden zijn hier bijna uitgeroeid geweest. Na de ontdekking van dit gebied werden hier bijna permanent zeehondenjagers gestationeerd, die dan steeds een paar maanden bleven om zoveel mogelijk zeehonden dood te knuppelen en te villen. Ze beleefden er trouwens zelf ook vrij weinig lol aan, want ze konden voor zo'n lange periode niet genoeg proviand meenemen en op de eilanden is niet veel eetbaars te vinden, dus na een poosje stond er alleen nog zeehond op het menu.

De volgende ochtend zijn we met een klein bootje de Camelot opgegaan. Het was zo windstil dat de rivier één grote spiegel was, we konden wel foto's blijven maken en ze zijn allemaal mooi geworden. Wel hebben we vooral hier kennisgemaakt met een minder mooi inheems beestje: de sandfly, een klein zwart vliegje met een venijnige prik. We hadden eerder al een spulletje gekocht hiertegen, met de vrolijke naam Goodbye Sandfly (spreek uit op z'n Nieuw-Zeelands: goodbooy sandflooy) maar het is vooral zaak om zoveel mogelijk in beweging of in de wind te blijven, of anders ze op tijd dood te meppen.
John heeft ons in een paar wandelingen het gebied rond Camelot laten zien. Op sommige plaatsen voel je je echt in de jungle, het is heel dicht regenwoud met af en toe open plekken waar watervallen naar beneden klateren. Er staan hier enorme oude bomen (wat eigenlijk een slecht teken is; jonge bomen krijgen bijna geen kans omdat ze worden weggevreten door herten die hier helemaal niet horen te zijn) en varens (tree ferns) van meters hoog (voor een tree fern van 30 cm schijn je in Engeland 350 pond te betalen, hier struikel je er zowat over..) Ook groeien hier veel bijzondere mossoorten. Eentje is zo zeldzaam dat John in de hele Doubtful Sound er maar drie stuks van weet te vinden; het is een plantje dat in miljoenen jaren niet is veranderd (en voelt heel gek aan, meer als schillen dan als blaadjes) en de mooie naam Tmesipteris draagt (wie meteen weet hoe je dat uitspreekt verdient een prijs!)
Verder heeft John ons meegenomen naar een kreekje waar enorme alen zwemmen en die zo afgelegen leven dat ze niet eens bang zijn voor mensen. Je kunt ze dus gewoon voeren; voor dit doel had John grote stukken lever meegenomen, die zowat uit je handen getrokken werden door die sterke beesten (met flinke scherpe tandjes, dus uitkijken voor je vingers).

Op de terugweg naar de zeilboot spotten we een van de hoogtepunten van deze tocht, waar zelfs John stomverbaasd over was: een Fiordland crested penguin op de rotsen. John had juist net verteld dat we die op z'n hoogst in het water zouden zien, omdat ze in deze tijd van het jaar zich niet (althans niet zichtbaar) aan land begeven. En prompt zat er daar eentje prachtig in beeld, een pinguin van ongeveer 70 cm hoog met een felgeel streepje bij zijn oog. In het water hebben we ook nog little blue penguins gezien, die zijn maar maximaal 40 cm groot dus als je die kopjes boven water ziet denk je bijna dat het gewone vogeltjes zijn.

Ook deze dag hebben we weer veel dolfijnen gezien en vooral 's avonds was dat een fantastisch gezicht om ze te zien springen in het maanlicht. John heeft ons ook nog het een en ander over de sterren verteld. Ik (Patries) vind het een heel gek idee dat je hier sterren kunt zien die je in Nederland niet kunt zien, en andersom - het zal wel logisch zijn maar ik had daar in ieder geval nog nooit bij stilgestaan! Hier in Nieuw-Zeeland zie je de Southern Cross, vijf sterren die samen - jawel - een kruis vormen en die op de vlag van Nieuw-Zeeland zijn weergegeven (of eigenlijk maar vier daarvan; Australie heeft ze wel alle vijf in de vlag zitten). Ook konden we Orion heel goed zien met Sirius en Taurus en wat daar verder nog allemaal bij hoort. In heldere nachten kun je hier de melkweg ook goed zien maar door de bijna volle maan was dat nu helaas niet zo.

Het wordt bijna saai maar ook de laatste dag hebben we weer tussen de dolfijnen gevaren. En wat heel mooi was, we kwamen nu ook een nursery pod tegen: een groep vrouwtjes met kleintjes. Er waren twee hele kleine dolfijntjes bij van maar een paar maanden oud, die al een beetje probeerden te springen en ongelofelijk schattig waren. Jammer genoeg waren ze ook onmogelijk te fotograferen dus dit moeten jullie maar gewoon van ons aannemen. De nursery pod komt nooit in de buurt van een boot, ze blijven veilig op afstand en liefst een beetje aan de rand van het water.

Hierna zijn we in Hall Arm rondgevaren, wat het smalste stuk van de Doubtful Sound is en waar je dus hele mooie doorkijkjes tussen de bergen hebt. Na de lunch was het alweer tijd om terug naar Deep Cove te varen, terug in de bus, terug op de boot en terug naar de bewoonde wereld...


No comments:

Post a Comment