[bericht van 11 februari]
We hebben een kiwi gezien! Een echte, pluizige, onhandige, kleine kiwi op nog geen halve meter afstand. Ik kan er nog wel een hele bladzijde over doorpraten, maar ik zal eerst even teruggaan naar hoe we zo bij dat beestje gekomen zijn.
Het was de eerste dagen na Kaikoura niet zo erg dat we geen internet hadden en de blog dus niet konden bijhouden, want we beleefden niet zo veel. Na het vertrek daar zijn we nog even bij de zeehondenkolonie van Ohau Point langsgegaan. Je kunt ze vanaf het uitkijkpunt van redelijk dichtbij bekijken en het is een vrij grote kolonie, dat was het stoppen wel waard. Bovendien waren er in december veel jonkies geboren dus die waren nog lekker aan het tutten in een soort pierenbadje, erg grappig om te zien.
Daarna hebben we twee dagen in Picton doorgebracht, een beetje een saai havenstadje dat eigenlijk vooral bezocht wordt omdat de boot naar Wellington daar vertrekt. En nou ja, vooruit, ook wel om de Marlborough Sounds waar dit stadje middenin ligt. We hebben nu ook het verschil geleerd tussen een fjord en een sound; een fjord is door gletsjers uitgesleten en een sound door rivieren en regenwater. Doubtful Sound en Milford Sound zijn dus verkeerd benaamd, dat zijn eigenlijk fjorden. De verschillende plekken in de Marlborough Sounds zijn over de weg bijna niet bereikbaar, dus alles wordt hier met de boot gedaan (er zijn trouwens ook wel eilanden, maar daarvan is er maar eentje bewoond). Wij werden bij Ship Cove afgezet door de veerpont, die eigenlijk de postboot is en dus onderweg op allerlei mogelijke plekken aanmeert om spullen af te leveren of op te halen. Zo hebben we heel wat mooie huizen en lodges kunnen bewonderen. Vanaf Ship Cove hebben we een stevige wandeling gemaakt; op zich maar 15 km, maar wel voor het merendeel omhoog, omhoog en nog steiler omhoog. Bij elke pauze werden we gezelschap gehouden door de weka (spreek uit: wikka), een inheemse loopvogel die nog het meeste lijkt op een kruising tussen een kip en een eend. Het zijn van nature al geen schuwe dieren maar deze waren wel érg gewend aan de aanwezigheid van mensen en lekkere hapjes; eentje probeerde zelfs op mijn schoot te springen om bij mijn broodje te komen. Het pad was verder wat minder spectaculair dan we eerder gezien hebben (want minder dichtbegroeid woud) maar bood wel steeds mooie uitkijkjes op de helderblauwe baaien van de sounds.
Zondag was het tijd voor de grote oversteek naar Wellington. Dat was eigenlijk een beetje een verloren dag want op de boot was niet veel te doen, en onze B&B bleek te ver uit het centrum te zitten om zo aan het eind van de middag de stad nog te gaan bekijken. We hebben Wellington dus nauwelijks gezien, maar gelukkig zijn we de afgelopen weken zo verpest geraakt met al die rustige plekjes dat we aan een grote stad toch al niet zo'n behoefte hadden.
Na een nachtje in Wellington naar de volgende boot, voor ons verblijf op Kapiti eiland. Vol verwachting klopte ons hart, want Kapiti is een beschermd natuurgebied waar per dag maar 50 mensen mogen zijn, dus we voelden ons best bevoorrecht om daarheen te kunnen gaan. Het vertrek met de boot was al een aparte ervaring. We moesten 's morgens een organisatie bellen om te horen met welke boot we zouden gaan en hoe laat we daar precies moesten zijn (er gaat twee keer per dag een boot en er zijn twee boten beschikbaar, het hangt af van het weer en de schipper wie wanneer gaat). Van de boot zelf keken we al een beetje raar op - een vrij kleine motorboot op het strand, achter aan een trekker - maar er was ook nog eens verder niemand in de wijde omtrek te bekennen, en geen kantoor of informatiebord of wat dan ook waaraan we konden zien wat de bedoeling was. Dus wij maar wachten. Net toen we na ruim een half uur doelloos op het strand rondhangen die organisatie maar weer eens wilden gaan bellen, kwam de schipper aanlopen en bleek dat wij als enigen aan boord zouden gaan. Wel gingen we op een ander punt op Kapiti nog wat mensen ophalen, waarvan er drie meegingen naar de lodge. Dat waren dus alle bezoekers voor vandaag! Het blijkt dat van de 50 vergunningen die verstrekt worden, er maar 18 aan de noordkant (de kant van de lodge) mogen zijn - waaronder dus ook de mensen van de lodge en wat andere mensen van de familie die het eiland bezit - dus we waren zelfs nog meer bevoorrecht dan we dachten.
We deelden de lodge dus met drie anderen, Australische meiden waarvan er twee van oorsprong Maori zijn. Samen met de Maori's die de lodge beheren hebben ze 's avonds nog een paar echte Maoriliederen gezongen en een 'action song' gedaan, een lied met traditionele dans die wel wat weg heeft van Hawaiiaanse dans.
Maar eerst zijn we 's middags nog een deel van het eiland rondgewandeled. Op Kapiti zijn sinds de jaren 70 alle uitheemse vogel-vijanden verwijderd; niet alleen de ratten en de stoats maar ook bepaalde plantensoorten die de groei van inheemse planten kunnen belemmeren. Daarna zijn bedreigde inheemse vogelsoorten teruggezet of uit zichzelf teruggekomen. Nu struikel je zowat over de weka's, en we hebben bijvoorbeeld veel tui's gezien (een zwarte vogel met een mooie blauwe en groene gloed, en met een raar wit tufje aan zijn keel dat hij kan open- en dichtklappen), de bellbird (een groene vogel met een mooie tweetonige zang), de red-crowned parakeet (lijkt een beetje op de halsbandparkieten) en de pukeko, een zwart met blauwe soort van overmatige meerkoet met een felrode snavel en grote rode voeten. Zelfs de takahe hebben we van heel dichtbij kunnen bewonderen, daar zijn er nog maar 250 van op de hele wereld! De takahe is een vrij grote en stevige loopvogel, ook zwart met een rode snavel en met enorme poten die hij bijna als een soort handjes gebruikt, en hij maakt een keihard HONK-geluid. Helaas helaas hadden we net geen fototoestel bij de hand, zal je net zien, dus jullie zullen zelf moeten googlen voor een plaatje.
En 's avonds dus het grote moment van de kiwispotting. Er zijn in Nieuw-Zeeland nu 1500 Little Spotted kiwi's, waarvan er 1200 op Kapiti leven, dus je zou denken dat het niet zo moeilijk moet zijn om ze te zien te krijgen. Het eiland is echter dusdanig groot dat de kiwi's zo'n 3 tot 5 hectare per paar tot hun beschikking hebben. Tel daarbij op dat ze behoorlijk schuw zijn, alleen in het donker actief zijn, en uitzonderlijk goed kunnen horen en ruiken, dan snap je wel dat je ze niet zomaar even te pakken hebt. We moesten dus heel stilletjes achter onze gids aansluipen (wat niet meevalt in het donker, op een terrein waar keien en takjes liggen en allerlei ander ritselend spul groeit), die alleen maar af en toe met een rode lamp scheen om de vogels zo min mogelijk te storen, en verder heel goed luisterde of hij ze hoorde scharrelen. De vorige avond waren ze tot twee uur 's nachts aan de wandel geweest en hadden ze geen enkele kiwi kunnen vinden, dus je moet maar net geluk hebben. Maar de goden waren ons alweer heel goed gezind, want al na een kwartier kwam er eentje tevoorschijn: een pukupuku oftewel little spotted kiwi, een heel pluizig beestje (de veren lijken meer op donshaartjes dan op vogelveren) met een veel te lange snavel waardoor hij een beetje topzwaar lijkt. Hij liep heel grappig, eigenlijk lijkt het meer op het waggelen van een pinguin, en het is net of hij zijn voorpoten lijkt te missen en dus elk moment op z'n snufferd kan vallen. We zijn helemaal verliefd geworden. Hij vond ons groepje gelukkig ook niet zo heel eng, want na de eerste schrik (snel terug in het struikgewas) kwam hij toch weer tevoorschijn en liep hij zelfs op ons af, om vlak naast ons weer in de struiken te verdwijnen. We hebben hem dus echt even goed kunnen bekijken en dat was maar mooi ook, want in de twee uur daarna hebben we alleen nog de roep gehoord van zowel een mannetje als een vrouwtje (ze maken allebei een heel hard prrrrr-geluid, alleen de een hoger dan de ander) maar hebben we niets meer kunnen zien. Wel zijn we nog, ook van heel dichtbij, twee keer een little blue penguin tegengekomen. Die hadden we de afgelopen weken al een paar keer van een afstandje in het water gezien maar nu liep hij lekker op land te scharrelen en konden we goed zien hoe klein en hoe blauw ze zijn. Voor de beheerders van de lodge zijn deze pinguinnetjes letterlijk kind aan huis, ze hebben elk jaar hun nesten onder de veranda bij de voordeur. Dat is natuurlijk heel erg leuk om die kuikens zo dichtbij te hebben, maar ook wel een beetje vervelend aangezien ze uitgekotste rotte vis te eten krijgen...
We hadden hier nog best een paar daagjes willen blijven maar het reisschema is onverbiddelijk, 's morgens moesten we alweer vroeg met de boot terug. Mochten we ooit nog eens terugkomen naar Nieuw-Zeeland, dan ruimen we zeker meer tijd in voor Kapiti!
PS We hebben een hele tijd geen internettoegang gehad zoals jullie aan de radiostilte wel gemerkt zullen hebben. Nu zitten we uit arremoede maar een uurtje tegen betaling, en hebben dus niet zoveel tijd om foto's uit te zoeken. Hierbij even een snelle selectie, later posten we er nog wel een paar.
PS: De verbinding is nogal brak hier (en daar betalen we ook nog voor!) dus even geen foto's deze keer)
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
Een echte heuse real live kiwi gezien! Oh! Wow....
ReplyDeleteGoh, en jullie komen over een week al weer terug! Wat gaat de tijd snel! Hier gaat alles nog steeds goed. Ik heb ook een weekje vrij, maar blijf wat dichter bij huis. Groeten, zus.
ReplyDelete